Schreeuwerige fregatvogels scheren over de branding die op het koraalrif breekt. De lucht is strak blauw, op een enkel wolkje aan de horizon na. Zeezout prikt in mijn neus en op mijn huid, terwijl ik het zweet van mijn voorhoofd wis. “Kai, Kai?! Kom je ook?” Lauwe golven klotsen tegen mijn benen terwijl de zon haar hoogtepunt bereikt. Een mini-mensje, mijn kleindochter Ella, knijpt in mijn hand. “Als ik moet leren, dan moet Kai dat ook, toch? Opa?” Ik knik en roep: “Kai, laat Harry met rust. Tijd om te rekenen.” “Awhh, maar Harry was mij al iets aan het leren!” Kai sjokt met zichtbare tegenzin onze kant op, terwijl de rugvin van Harry een draai maakt en de grote witte haai terug naar open zee zwemt. “Oh ja, en wat was Harry jou aan het leren?”, vraagt Ella kattig.  “Zeker weer hoe jij mij aan het schrikken moet maken?”. “Oké, genoeg. Ik heb nu geen zin in ruzie.” Ik pak de hand van Kai en samen met mijn twee kleinkinderen waad ik  het water uit.

“Huis, rekenles 21 alsjeblieft.” In de lucht voor beide koters verschijnen cijfers en tekens om mee te rekenen. In het midden zweeft het getal 34 en HUIS vraagt: “Hoeveel manieren zijn er, om met maximaal 3 getallen onder de 10, een som te maken met als uitkomst 34?” Ik laat de kinderen alleen met HUIS. Pfff, even rust en het nieuws lezen. Op de veranda heeft HUIS de krant al open op tafel gelegd, naast een dampende kop koffie. Ik houd van het ouderwetse gevoel van krantenpapier. Vooruitgang is leuk,  maar sommige dingen mogen van mij hetzelfde blijven.

Ik heb de krant bijna uit, als zacht gepingel mij attendeert op een telefoontje. “Het is Ramon”, laat HUIS mij weten. “Oké, verbind maar.” Het gezicht van mijn oudste zoon verschijnt boven de tafel. “Hey pap, zou jij ff wat boodschappen kunnen doen en iets voor het diner verzinnen? Sherise en ik hebben geen idee wat we vanavond moeten eten met de kids en we hebben geen zin in fast food.” Ik vraag: “Is het druk?” Ramon knikt: “Moordend, we kunnen de vraag bijna niet aan.’’ Ik wuif: “Oké, ik verzin wel iets, ga maar gauw weer aan ’t werk, dan ben je misschien vanavond op tijd klaar.”

“Kai?! Ella?! Hebben jullie zin om mee naar de winkel te gaan?” Een opgelucht “JA!” in stereo klinkt, want alles is beter dan rekenlessen van HUIS. “Huis, super-JX in Veghel, alsjeblieft.” Mijn tropisch eiland verdwijnt en we zijn aangekleed en klaar om boodschappen aan de virtuele Noordkade in Veghel te gaan doen. Ik had HUIS ook simpelweg de boodschappen kunnen laten bestellen en bezorgen, maar de Kai en Ella vinden het leuk om in de supermarkt met hun handen te kijken en van alles en nog wat te proeven bij de verschillende receptenbars.

In de supermarkt is het gezellig druk en terwijl ik een karretje pak wordt ik op mijn rug getikt. Ik draai om. “Hey ouwe reus, ook op de kleinkinderen aan ’t passen?” Mijn vriend Twan staat achter me, met drie om hem heen dansende koters. “Inderdaad, waar is Pim?” Schouderophalend zucht Twan: “Ergens tussen San Francisco en Amsterdam.” Kai trekt aan mijn arm: “Mogen we …” hij wijst de winkel in. “Ja, ga maar.” Mijn kleinkinderen stuiven samen met die van mijn vriend de winkel in, op zoek naar bekende en nieuwe lekkere dingen.

Een uurtje later, nadat ik nog wat bekenden ben tegengekomen en ik uiteindelijk besloten heb wat er vanavond op het menu staat, begint er iets zacht, maar irriterend te piepen. Ik vraag:
“Huis? Wat is er aan de hand?” Voor mij verschijnt een klok en HUIS zegt: “Je bent nu drie uur samen met de kinderen in de simulatie. Tijd voor wat lichaamsbeweging. Ik handel de boodschappen verder af, als je wilt.” HUIS heeft het beste met mij en de kinderen voor, maar toch irriteert het me dat hij over me moedert. “Huis, ik maak zelf de boodschappen af en daarna zie ik wel wanneer ik uit de sim stap. Val me niet lastig!”

Een half uur later vind ik dat het genoeg geweest is en besluit offline te gaan. Ik neem afscheid van de kinderen en wil afloggen als Ella vraagt: “Opa, waarom heb jij die vreemde helm altijd op? Je kan toch ook zonder dat ding met Huis praten?” Ik schud van niet: “Nee, ik heb die nano-bots die jullie hebben nog niet.” Waarom niet?” vraagt Kai. “Omdat, ik daar nog geen zin in heb. Die helm is goed genoeg voor mij.” Ik wil simpelweg nog wat privacy hebben. Kai snapt er zichtbaar niets van, maar hij laat het rusten. “Opa, waarom heet jouw HUIS, Huis?” Ik haal mijn schouders op: “Dat is toch wat ‘t is? Moet ik hem dan Henk of zo noemen?” De echte reden is dat ik HUIS niet als persoon wil zien, dus blijf ik hem bij de afkorting van zijn functie noemen. “Jongens ik moet nu echt gaan. Huis, waarschuw Ramon en Sherise dat ik Kai en Ella weer aan hun eigen HUIS overdraag, alsjeblieft.” Ik log uit in de wetenschap dat de kinderen in goede handen zijn. Ik zet mijn helm af en besluit, ondanks de regen en de voorjaarsstorm, om een analoog rondje door een echt park te gaan lopen.

Home Utility Integration Service

In het bovenstaande verhaaltje speelt HUIS (Home Utility Integration Service) een hoofdrol. HUIS is de toekomst van de huidige domotica die evolueert naar een volwassen kunstmatige intelligentie. De hele omgeving waarin het verhaal zich afspeelt wordt niet alleen gecreëerd door HUIS, maar is in elke bit en byte HUIS. De kunstmatige intelligentie is een naast een butler, gezondheidssysteem en beveiligingssysteem een platform waarop leveranciers en dienstenaanbieders hun waren via standaard interfaces kunnen aanbieden. HUIS integreert alles tot één aaneengesloten ervaring leert van haar gebruikers hoe het zich moet gedragen en wat er geintegreerd moet worden.

Creëren van ervaringen

De huidige beschikbare virtual reality technieken (VR) richten zich allemaal op onze ogen. We hebben echter meer zintuigen die aangesproken kunnen en moeten worden, als we een virtuele realiteit als echt willen ervaren. De huidige VR-brillen zijn wat mij betreft dan ook slechts een tussenstap. Het lezen en creëren van beelden en ervaringen rechtstreeks in de hersenen is in opkomst. Dit opent de mogelijkheid om naast visuele informatie ook tast, geur, gehoor en gevoel in het algemeen (koud, warm, behaaglijk maar ook bijvoorbeeld opwinding, door met name manipulatie van hormoonspiegels – adrenaline, dopamine e.a. hormonen – en energiepatronen in de hersenen) te creëren op de plek waar het nu alleen door de werkelijke omgeving, via onze zintuigen, gecreëerd wordt, in onze hersenen.

Als we rechtstreeks gevoel en ervaringen in de hersenen kunnen creëren, opent dat een enorm potentieel aan nieuwe producten en diensten. Een hele nieuwe bedrijfstak die nu nog niet bestaat gaat straks bijvoorbeeld herinneringen creëren aan vakanties, of ervaringen op plekken in de wereld waar je nooit bent geweest. En waarom alleen deze wereld, waarom niet een fantasiewereld of een wereld aan het andere einde van het heelal? Het gaat allemaal mogelijk worden.

Nieuwe manieren van leren

Ook onze scholen en de manier waarop we leren gaan ontwricht worden. In het bovenstaande verhaal geeft de kunstmatige intelligentie nog les aan de kinderen. Het is echter niet ondenkbaar dat dat helemaal niet nodig is. Kennis en zelfs kunde kunnen simpelweg geprojecteerd worden in de hersenen. Altijd al gitaar willen spelen? Een paar nachtjes inprenting van zowel de kennis als de gewenste reflexboog en voilà, je bent een volleerde rockgitarist. Het zou dus best zo kunnen zijn dat er handel gaat ontstaan in kennis en kunde van hersenpatronen van virtuozen in een bepaald vakgebied. Een andere vorm zou bijvoorbeeld een forum voor creatieve ideeën die als open source door inprenting beschikbaar komen.

Ethische discussie

Dit levert natuurlijk ook problemen op, want elke technologische ontwikkeling kan en zal zowel voor goed als voor kwaad gebruikt worden.  Ook de criminaliteit, malafide bedrijven en dictaturen gaan hier hun weg in vinden. Eén van de schrikbeelden is hersenspoeling en het verlies van vrije wil door kwaadaardige beïnvloeding van onze hersenen. Als we dit nu al kunnen bedenken, gaat vroeg of laat iemand het proberen. Tijd dus om zowel ethische als maatschappelijke discussies te starten om de grenzen van het gebruik van VR & AR te verkennen en spelregels te bedenken waar de wetgever ons en zichzelf aan kan houden. Privacy en security zullen in de komende jaren dan ook steeds belangrijker worden voor zowel eindgebruikers als aanbieders in de markt van VR-diensten.

Zijn de nadelen een reden om al het onderzoek naar het digitaal beïnvloeden van hersenen te stoppen? Zelfs als we dat zouden willen is het onmogelijk en zelfs gevaarlijk. Als we het proberen stil te zetten, gaat het onderzoek gewoon door, maar dan in de “underground” of in landen die juist baat hebben bij onethisch gebruik van VR. Vroeg of laat worden we dan echt overvallen, zonder dat we verweer hebben tegen technieken die ons begrip ontstijgen.

Virtuele realiteit = realiteit

Virtual en augmented reality staan niet  alleen op het punt om echt door te breken, maar om de volgende stap in integratie met ons te maken. Het ziet er naar uit dat de digitale werkelijkheid minstens zo belangrijk wordt als de analoge. Sterker nog, de virtuele realiteit is straks niet meer te onderscheiden van wat we nu realiteit vinden. Mede door de explosieve groei van de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie is het van het hoogste belang dat wij aan het stuur blijven. Want onze evolutie, vrijheid en groei als mensen, zowel positief als negatief, staan op het spel.

Houd jij je kennis graag up to date?

Mis niets meer van onze kennisdocumenten, events, blogs en cases: ontvang als eerste het laatste nieuws in je inbox!

Fijn dat we je op de hoogte mogen houden!